Feeds:
Berichten
Reacties

Energie

Energie is een bijzonder iets. Meetbaar maar ongrijpbaar. Aantoonbaar maar soms duikt het op de meest onverwachte plekken op of vind je het ergens waar je het niet verwacht.

Bewegen kost energie, je lichaam levert een inspanning en daar komt een zeker resultaat uit voort: beweging. En die beweging kan je heel letterlijk zien – lopen bijvoorbeeld – maar ook wat minder letterlijk en herkenbaar als beweging. Zingen bijvoorbeeld. Want als je zingt, zet je een groot gedeelte van je lijf in beweging. En welke delen van je lijf dat (moeten) zijn en hoe hard ze (moeten) bewegen kan je zelf bepalen. Nou ja, dat zou idealiter wel zo moeten zijn. Het heeft in ieder geval invloed op je geluid. Op je klank, op je volume, op je toonhoogte. Een beetje kort door de bocht: voor meer geluid is meer energie nodig. Maar zet je die energie op de verkeerde plekken in, dan lukt het niet…..

De laatste tijd word ik me steeds bewuster van het gevoel dat iedere toon een bepaalde hoeveelheid energie nodig heeft. En die hoeveelheid, dat staat min of meer vast. En op de één of andere manier weet mijn lijf dat. Dus, wanneer ik een g’’ wil zingen zet mijn lijf een bepaalde hoeveelheid energie in om die toon te maken. En die energie die wordt omgezet in spierspanning, daar waar het nodig is. En daar zit m de crux. Want waar is het nodig? Mijn lijf denkt dat het een goed idee is om energie in mijn wangen te stoppen, waardoor ik een beetje ga glimlachen tijdens het zingen. Ook zit er wel eens energie in mijn handen, in mijn tenen of ergens rond mijn neus. Leuk voor mijn wangen, handen, tenen en mijn neus, maar wat schiet mijn toon ermee op? Het antwoord: NIETS. Want de energie die al die lichaamsdelen krijgen hoort daar niet. En ik had al gesteld dat iedere toon een bepaalde hoeveelheid energie nodig heeft, toch? Dus dan is het snel berekend: wat in handen, tenen en wangen te veel zit, zit te weinig daar waar het hoort: in buik, flanken, rug, de zone waar je ademsteun zit. En wanneer er niet genoeg steun onder je strot zit, komt de toon niet goed tot zijn recht. Want die strot zelf: daar moet nou juist zo min mogelijk spanning op zitten. Ja natuurlijk heb je spanning nodig, je stemplooien moeten immers op de juiste lengte gebracht worden en ook nog zo dicht tegen elkaar aan blijven zitten dat de toon vol klank zit en niet vol lucht. Maar voor de rest is alles wat te veel is een obstakel.

Soms voel ik die obstakels letterlijk, doordat er van alles meetrilt (en dat kriebelt onaangenaam) bijvoorbeeld. Soms voel ik ze niet maar zijn ze wel te horen. Bijvoorbeeld doordat de toon niet de goede klank heeft, plat wordt, vibratoloos is, ondertonen mist, te schel is, noem maar op.

Dus oefen ik door mijn wangen letterlijk te verbieden te bewegen (dan zing je met je handen op je wangen, in mijn beleving lijk ik dan op een variant op het schilderij ‘De Schreeuw’ van Munch), door heel bewust de ruimte en spanning te voelen die bij je steun horen, en door vooral te voelen. Want als je je best doet, voel je wel waar het spaak loopt. En als je eenmaal zover bent, kan je beginnen je obstakels op te ruimen.

Een opbeurende gedachte is dat je een spierbeweging 1000x schijnt te moeten doen om het in je spiergeheugen te verankeren. Dat worden veel noten…..

Het waren weer bewogen weken. Maanden eigenlijk, waarin weinig blogactiviteiten waar te nemen vielen bij deze Diva. Dat betekent dan niet dat ik niks doe. Integendeel zelfs! Naast alle drukte van mijn baan in het gewone leven (www.transplantatiestichting.nl) zijn er nog een paar leuke evenementjes geweest.

Zo was daar Opera aan de Schie. Twee dagen muziek in Schiedam, in het weekend van de open monumentendag. De zaterdag stond in het teken van solisten, de zondag waren met name de koren aan de beurt. Samen met Debora van Straaten en Irma Schulte Fischedick, en met Sydney Sitters aan de piano, heb ik een aantal kleine concertjes gegeven in Schiedam. Op straat, in winkelcentra, in kerken, in winkels, overal waren die dag zangers en zangeressen en pianisten druk bezig om het langslopende publiek te trakteren op een prachtige aria’s.
Met Debora en Irma zong ik een klein programma, met veel diversiteit. Van Monteverdi’s Poppea tot Puccini’s O Mio Babbino Caro tot Casta Diva van Bellini. Prachtige reacties gekregen van mensen uit het publiek en zelfs een staande ovatie met huilende mensen na het bloemenduet uit Lakmé, wat ik samen met Debora zong.
Ik heb tijdens die dag dus ook Casta Diva gezongen. Persoonlijk vind ik dat één van de allermooiste aria’s die ik ken. En dus vreselijk moeilijk om uit te voeren, omdat je de muziek eer aan wil doen en de schoonheid wil overbrengen. Ik heb ervoor gekozen om de aria hééééél ingetogen te zingen, echt bijna als een echt gebed. En dat werkte geweldig! Maar wat is het spannend om echt helemaal in jezelf te zingen! Doodeng: je vraagt je af of mensen je wel horen, of ze wel geïnteresseerd blijven zo, of t niet saai wordt. Maar de reacties waren heerlijk: ‘magisch’ hoorde ik zeggen, en ‘intiem’. Een hele mooie les dus. www.opera-aandeschie.nl

En toen werd ik ineens opgebeld door de redactie van het programma ‘De Tiende van Tijl’. Of ik over anderhalve dag in de studio kon zijn om nog een keer mee te doen aan het Königin der Nacht-wedstrijdje. Euhm…..

Je moet weten dat tijdens de pilot beloftes zijn gedaan door de redactie, we zouden allebei zonder meer, zeker weten, ook een plek in de definitieve serie krijgen. Alleen ja, deze beloftes zijn natuurlijk flinterdun, dat weet iedereen. Dus bleek dat ik a) net als alle anderen moest auditeren en b)afgewezen werd omdat ik al mee had gedaan. Nou ja, niet zoveel aan de hand, ik hoef eigenlijk ook niet zo nodig met mijn kop op tv.
Maar ja, wanneer ze dan bellen en vragen of je niet misschien alsnog zou willen meedoen, tja, dan ga ik natuurlijk niet weigeren.

Dus zo gezegd, zo gedaan, ik heb het tv-circus weer een dagje meegemaakt. Wederom heerlijk, hele leuke dag gehad. Duidelijk met meer budget dan de pilot (en dus ook met vijf keer zoveel personeel) en met onder andere de pianistenbroertjes Jussen als gasten. En met Gordon. Dat was dan wel weer vrij jammer. Past wat mij betreft niet in het concept. Niets ten nadele van alle mensen die zijn zang en muziek kunnen waarderen maar hij eiste tijdens de repetitie drie kwartier tijd op en de opname van zijn item moest helemaal over omdat hij niet tevreden was. Ergo, de show ging vooral achter de schermen vooral over Gordon. En als hij nou iets neerzet wat muzikaal interessant is, is dat nog wel te verdedigen. Maar echt, ik werd er niet warm van. De balans tussen de stemmen in zijn mannengroep is niet goed, waardoor wij tijdens de repetities onze handen voor onze oren moesten houden op sommige momenten, zo schel, scherp en vooral LUID was het. Pijn aan mijn oren. Niet fijn.

Mijn zingen ging stukken beter dan de vorige keer en met dank aan galajurk (en goed korset, hahaha) deze keer gelukkig zonder wiebeltieten. Alleen jammer dat ik ook deze keer niet heb gewonnen. Maar hé, het was een geweldige dag!!

www.detiendevantijl.nl – Aflevering 3, op plm 25 minuten!

In de nabije toekomst: tweemaal een weekend workshop bij Gidon Saks: ensemblezingen en acteren (combinatie) (www.vzwcooperarti.org), de rol van Lidoine leren voor een project ‘Les dialogues des Carmelites’ (Poulenc) en wellicht nog een concert Wagner/R. Strauss begin 2012.

Okee, het geluid kan beter, het beeld is een kwartslag gedraaid (geen idee hoe ik dat terug kan zetten) maar het moge evengoed duidelijk zijn: Der Hölle Rache kan ook ZONDER wiebeltieten! :D :D

 

Gallery :: HARTJESDAG op de ZEEDIJK, Amsterdam.

Fantastische foto’s van weer een schitterende operadag op de Zeedijk in Amsterdam. Geniet!

Zangers moeten blijven lessen. Niet alleen ben je als zanger nooit uitgeleerd, ook is het lastig om jezelf tot in de finesses te beoordelen omdat je jezelf niet hoort zoals de rest van de wereld je hoort. Natuurlijk kan het helpen om jezelf op te nemen en dat af te luisteren maar dat blijft toch tweede keus. Bovendien moet je je de lichamelijke aspecten van die klank die je hebt opgenomen maar goed kunnen herinneren. Ik doe het wel eens, hetzelfde zingen op een paar verschillende manieren. En ja, je hoort verschil, maar het is lastig om na het terugluisteren weer datzelfde gevoel te zoeken en te herhalen.

En soms is het nodig om even te resetten. Wanneer je vastloopt, wanneer je geen progressie meer maakt, wanneer de energie minder wordt, wanneer je nieuwe ontdekkingen niet goed kunt toepassen… Soms lijkt het wel alsof je aan het werk bent in een bepaalde ruimte en die ruimte is vol, of rommelig. Dan moet je opruimen, of een andere ruimte zoeken. Het kan helpen om je eens door een ander te laten beoordelen, of om een andere set metaforen uit te proberen om je techniek te ontwikkelen. (metaforen? Ja, zingen hangt van metaforen aan elkaar!) En soms is het ook zinnig om een tijdje niets te doen. Bepaalde stukken gewoon niet meer zingen en na een paar maanden weer oppakken. Het is mij meer dan eens overkomen dat na zo’n periode alles ineens op zijn plaats valt en de dingen waar ik eerder tegenaan liep, ineens geen obstakels meer zijn. Het zal wel iets te maken hebben met frustraties, neurose, blokkades en dergelijke.

Van de week zag ik een berichtje van één van mijn zangvriendinnetjes die dit ook was overkomen: een tijdje je aria niet zingen en dan blijkt dat het daarna beter gaat dan je verwacht. Het lijkt wel alsof het moet rijpen, af en toe.

Zelf probeer ik ook weer op een soort nieuw nulpunt te beginnen in mijn lessen. Even herpakken na een tijd waarin er maar weinig gelegenheid was voor les in het bijzonder en zingen in het algemeen. Samen met Wiebke ga ik nu weer met een verse metafoor aan de gang die nu al prettig voelt en klinkt. Het blijft zoeken en je bent nooit klaar…..

 

 

Voorproefje

In aanloop naar de hartjesdagen 2011 (20 augustus 2011, Zeedijk, Amsterdam), kwam ik deze geweldige foto tegen van vorig jaar, gemaakt door Wim van Schaagen. Krijgt een mooi plekje hier!

Königin en Diva van de Zeedijk

Vandaag is het slot van de Mars der Beschaving. Enorme drommen kunstenaars en kunstminnenden zijn van Terschelling naar Den Haag gewandeld, in estafettevorm. Vandaag, nu, op het moment dat ik dit schrijf, vindt op de Hofvijver het slotconcert plaats. Voor degenen die Den Haag niet kennen: de Hofvijver ligt direct aan het binnenhof. Helaas is de vergaderruimte van de Tweede Kamer aan de andere kant van het Binnenhof gevestigd, dus erg veel plezier dan wel last van het concert zal men daar niet hebben)

Ik zal maar kleur bekennen: ik stem al een tijdje VVD. Ik ben dan wel een redelijk links georiënteerde liberaal, maar ik ben in wezen liberaal. En ik geloof dat alle delen van de samenleving in deze tijd te maken krijgen met pijnlijke maar noodzakelijke maatregelen. Ik heb twee kinderen en een baan, mijn man werkt bij defensie, ik heb een eigen huis, ik heb geen idee wanneer ik recht krijg op AOW of hoe hoog mijn pensioen wordt. En dat zij zo. Je kan er niet echt iets aan doen, het geld moet ergens vandaan komen en zoals we hebben geleerd kan je je euro echt gewoon maar één keer uitgeven. Of ‘ie nou uit de staatskas of uit mijn portemonnee komt, die euro is gewoon een euro.

Maar toch heb ik een raar gevoel bij de bezuinigingen in de cultuursector. Natuurlijk kan niemand buiten schot blijven. Ook de kunst en cultuur is wat dat betreft niet heilig. Het besef dat er zeer kritisch gekeken moet worden naar de manier waarop we de sector financieel georganiseerd hebben, is ook binnen de sector wel aanwezig. Het is in deze tijd ook best raar om zo afhankelijk te zijn van overheidsfinanciering, zeker voor een sector die daar eigenlijk verre van moet staan omdat ze eigenlijk per definitie aan maatschappijkritiek doet. Dit is geen kritiek, ik geloof dat maatschappijkritiek een voorwaarde is voor vrijdenken en creativiteit.

Waar het bij mij alleen een beetje steekt is het beeld wat geschetst wordt van ‘de kunstenaar’ in het algemeen en de musicus in het bijzonder. Het lijkt wel alsof alle mensen die werkzaam zijn binnen kunst en cultuur eigenlijk niet productief zijn en voor iedere activiteit die wel ondernomen wordt, naar de overheid wordt gekeken. Uitvreten en hand ophouden, zoiets. Maar, ik heb geloof ik nog nooit dit vooroordeel in levende lijve gezien. Ik zie erg veel mensen die zich met ziel en zaligheid hebben gestort op hun grote talent (want zo’n beroep is niet iets wat iedereen gewoon zomaar kan aanleren, als er ergens een beroep gedaan wordt op je talent dan is het hier wel), die soms 80 uur per week werken omdat hun vaste baan bij bijvoorbeeld een orkest, koor, muziekcentrum of wat dan ook, onvoldoende basis is voor een beetje knap inkomen, die in hun ‘vrije’ tijd lesgeven, projecten draaien, amateurgezelschappen onderhouden of versterken, nieuwe muziek instuderen, soms nieuwe muziek maken, voorzingen en voorspelen om ergens aan de bak te komen, soms tot in het holst van de nacht aan het werk zijn, soms tijden niet thuis zijn omdat het werk zich ver weg bevindt. Veel mensen die geen gezin hebben omdat dat er gewoon niet van komt, niet te combineren met de onregelmatigheid en drukte van het muziekleven. En mensen die wel een gezin hebben maar hun kinderen soms lang niet of nauwelijks zien.

Gaat hier nou zo veel subsidie in zitten? Ja, best. Het is niet altijd rendabel om een project op te zetten met een orkest, koor en solisten, voor een klein aantal voorstellingen, voorzien van decor etcetera. Denk aan repetitieperiodes, alle logistiek die aan zo’n project vastzit, dat is hartstikke duur. Dat haal je lang niet altijd terug uit de kaartverkoop. Betekent dat dat dit soort projecten dan niet moeten bestaan?? Wat mij betreft niet. Kunst is niet per definitie vermaak voor groot publiek, kunst is geen entertainmentmachine. Hoewel, het is natuurlijk wel de bedoeling om het publiek te boeien en een mooie belevenis te geven. Er is alleen niet echt een eindproduct. Alles wat tussen de eerste muziekles van een kleuter en het Grote Internationale Podium gebeurt, is een ontwikkeling, een leerproces. Musici draaien geen riedeltje af wanneer je er een euro ingooit, ze leren iedere dag bij en blijven in ontwikkeling. Met welk doel? Wereldfaam? Nee. Voor de meesten geldt dat je het beste uit jezelf wil halen en je eigen grenzen wil verleggen (of leren kennen)

Ik denk niet dat de overheid de cultuursector koste wat kost overeind moet houden, ik denk dat er veel alternatieven zijn voor overheidssubsidie. Ook de kunsten mogen wel wat meer gebruik maken van het geld in de private sector, sponsoring is niet per definitie vies. De overheid heeft wel een aanjagersfunctie, mag best een steuntje in de rug geven als overbrugging naar een andere oplossing. Volgens mij zijn vrijwel alle bestuurders in de sector bereid om het roer om te gooien, om nieuwe wegen te bewandelen. Crisis is niet de doodslag voor de sector, schaarste maakt innovatief en creatief, crisis biedt vooral kansen. Maar wanneer de staatssecretaris zijn gesprekspartners inderdaad ziet als handophoudende uitvreters die geen echt werk doen, dan heb ik weinig fiducie in een goede oplossing.

Ik weet zeker dat de kunst- en cultuursector dit overleeft, de overlevingsdrang van kunstenaars is nou eenmaal groot. Ik denk alleen wel dat de relatie met de overheid voorlopig een paar flinke deuken kent, waarvan het nog maar de vraag is of die ooit verdwijnen. Ik ben nog steeds overtuigd van het nut en de noodzaak van de maatregelen van dit kabinet. Maar een beetje minder bot mag die bijl in dit geval wel zijn.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.